Stichting Geuzenverzet 1940-1945
Print    
Home

Contact

Links

Site Map

Disclaimer

Persinformatie

Donateur worden?



  
Geschiedenis      Geuzenmonument      Herdenken      Geuzenpenning      Stichting Geuzenpenning     
                                                     
Radhia Nasraoui achtergrondinformatie

GEUZENPENNING 2013

RADHIA NASRAOUI

Al meer dan dertig jaar zet Radhia Nasraoui (1953) zich met hart en ziel in voor de strijd tegen martelen in haar geboorteland TunesiŽ. Hiervoor heeft ze samen met andere TunesiŽrs in 2003 de Association de Lutte contre la Torture en Tunisie (ALTT) opgericht, de vereniging ter bestrijding van marteling in TunesiŽ. Als voorzitter van deze mensenrechtenorganisatie vraagt Nasraoui onophoudelijk aandacht voor het handhaven van de meest elementaire mensenrechten en onafhankelijke rechtspraak.  

Al vroeg in haar carriŤre als advocaat, in 1976, wierp Nasraoui zich op als pleitbezorger van bescherming van mensenrechten nadat enkele jonge TunesiŽrs na een demonstratie tegen de toenmalige president Bourguiba gearresteerd waren. Als stagiaire overtuigde ze enkele collegaís van de noodzaak de jongeren te verdedigen. Het is een patroon dat in haar hele carriŤre zou terugkeren, tot op de dag van vandaag: tegen de stroom in opkomen voor mensenrechten.

Enkele jaren later begon Nasraoui voor zichzelf. Ze specialiseerde zich als advocaat in het verdedigen van politieke gevangenen die onder zeer zware omstandigheden hun gevangenschap moesten zien te doorstaan. Het maakte haar daarbij niet uit wat hun politieke achtergrond was of welke religie ze aanhingen: elke gevangene heeft recht op respect van zijn fysieke integriteit en een eerlijk proces. Ze moest daarbij werken onder bijzonder moeilijke omstandigheden. Haar kantoor werd herhaaldelijk overhoop gehaald, haar auto werd gestolen, en er werd enorme druk uitgeoefend op haar cliŽnten om geen gebruik meer te maken van haar diensten. De autoriteiten probeerden haar in haar werk te hinderen door haar het recht te ontnemen haar cliŽnten te bezoeken, haar post te onderscheppen en haar dossiers te stelen.

Nasraoui probeert ook de positie van de vrouw in TunesiŽ te verbeteren. Zo verdedigde ze in de jaren negentig vrouwen van leden van de Islamitische Partij. Deze vrouwen werden lastig gevallen, geÔntimideerd, mishandeld en gemarteld door leden van de veiligheidsdienst alleen omdat hun mannen lid van de oppositie waren.

Systematische marteling

Onder het bewind van president Ben Ali werd het martelen volgens Nasraoui systematisch toegepast. Critici van het regime werden massaal opgepakt en vervolgens gemarteld. Het recht op vereniging werd beperkt, evenals het recht op vrije meningsuiting en de persvrijheid.

Haar werk als advocate en mensenrechtenactiviste is verder ernstig bemoeilijkt na de aanslagen van 11 september 2001. Het Tunesische regime voerde een antiterroristische wet in die in de praktijk werd gebruikt om kritische stemmen tegen het regime te smoren.

De tol die Radhia Nasraoui voor haar strijd voor mensenrechten heeft betaald, is zwaar. Zo is ze herhaaldelijk lastiggevallen en bedreigd, enkel omdat ze de mensenrechten verdedigt. Een berucht incident vond plaats op 18 april 2008. Op die dag wilde ze in Tunis voor elkaar krijgen dat ze twee cliŽnten kon bezoeken om hun steun te verlenen. Terwijl ze probeerde een officieel verzoek tot bezoek in te dienen, werd ze aangevallen door tientallen politieagenten. Ze werd daarbij mishandeld en uitgescholden.

Een nog ernstiger incident vond plaats begin maart 2005, toen politieagenten haar met wapenstokken aanvielen en een neusfractuur bezorgden.

Intimidatie

Ook haar familie - ze is getrouwd en heeft drie dochters - wordt lastiggevallen en bedreigd. Daarnaast wordt ze nog altijd voortdurend in de gaten gehouden door de veiligheidsdiensten. Eťn keer is de voordeur van haar appartement in brand gestoken om haar te terroriseren. Maar Nasraoui laat zich niet intimideren: hoewel ze weet dat agenten haar huis in de gaten houden, gooit ze de ramen van haar woning altijd wijd open ook al weet ze dat ze wordt bespied. Sommigen kent ze inmiddels van gezicht.

In haar campagne voor naleving van alle mensenrechten in haar land is Nasraoui bereid om tot het aller uiterste te gaan. Een aantal malen is ze in het verleden in hongerstaking gegaan om te protesteren tegen het feit dat haar het werken onmogelijk werd gemaakt, zoals in 2003 toen ze twee maanden weigerde te eten. Ze beŽindigde haar hongerstaking toen doelbewust op 10 december, de Internationale dag van de Mensenrechten. 

Arabische Lente

Na de revolutie van 2011 en het vertrek van president Ben Ali geloofden velen dat de martelingen uitgebannen zouden worden. Helaas is dat niet gebeurd. Ondanks de revolutie gaat het martelen in gevangenissen en politieposten nog altijd door, zegt Nasraoui. Zo vroeg Nasraoui in augustus 2012 aandacht voor tientallen mensen die volgens haar waren gemarteld na protestacties. Niet alleen mannen zijn toen gemarteld, zegt ze, ook vrouwen en kinderen zijn toen mishandeld en gemarteld.

Nasraoui vindt dat degenen die martelingen hebben gepleegd zich voor de rechter moeten verantwoorden. Want hoewel TunesiŽ het verdrag tegen marteling heeft ondertekend, zijn de daders niet berecht en lopen ze nog vrij rond. Hieronder bevinden zich ook artsen, zegt Nasraoui, die bij het martelen betrokken waren. 

Belangrijk is dat de aandacht voor de strijd tegen martelen niet verflauwt. Wie deze barbaarse praktijken niet aan de kaak stelt, is medeplichtig, vindt Nasraoui. ,,Ik vecht al jaren tegen deze ernstige schending van de mensenrechten. Elke keer als ik hoor dat er bij ons nog altijd gemarteld wordt, walg ik ervan.íí

Naast haar werk bij ALTT is Nasraoui ook lid van de Tunesische Mensenrechten Bond (LDTH), en van de Tunesische afdeling van Amnesty International.

Radhia Nasraoui heeft voor haar werk al verscheidene onderscheidingen gekregen. Recent, in 2011, is haar de Roland Berger Human Dignity Award toegekend, evenals de Kamal Jumblatt prijs voor de mensenrechten. Zij heeft een eredoctoraat aan de Vrije Universiteit Brussel en is ereadvocaat aan de balie van Parijs.

In een recent interview voor Amnesty International zegt ze: ,,Als mensen wisten dat ze gemarteld konden worden, zouden ze niet voor hun mening uit durven komen en mee durven doen aan demonstraties. Ik geloof dat de politieagenten martelen in opdracht van hun superieuren. Als ze niet gestraft worden, voelen zij zich aangemoedigd om door te gaan met hun gewelddaden. Bovendien zit martelen in de mentaliteit van mensen. We moeten de straffeloosheid bestrijden en proberen die mentaliteit te veranderen.Ē



terug
      ©2007
      Stichting Geuzenverzet