Stichting Geuzenverzet 1940-1945
Print    
Home

Contact

Links

Site Map

Disclaimer

Persinformatie

Donateur worden?



  
Geschiedenis      Geuzenmonument      Herdenken      Geuzenpenning      Stichting Geuzenpenning     
                                                     
Toespraak burgemeester Haan

Toespraak burgemeester Haan op Emaus Begraafplaats, bij de Geuzengraven op 13 maart 2017

 

Dames en heren, een paar maanden geleden verscheen Lenteloos Voorjaar, het eerste deel van de oorlogsdagboeken van dichter Hanny Michaelis. Ze zat op het Vossius Gymnasium in Amsterdam toen de oorlog begon, twee klassen lager zat haar latere man Gerard Reve. Ze beschreef minutieus wat ze allemaal meemaakte op school. Een gewoon meisje, een bakvis was ze, dat gaf ze ook zelf toe. Iemand die hopeloos verliefd kon worden, eerst op een jongen uit haar klas en later op haar leraar Nederlands.

Een gewoon meisje, zei ik net, maar ‘gewoon’ was ze niet in de ogen van de Duitse bezetters. Ze was joods, evenals haar briljante leraar Geschiedenis Jacques Presser. Ze had ook een leraar Grieks die haar openlijk discrimineerde, en ze maakte mee dat de joodse leraren gedwongen de school moesten verlaten, de leerlingenstaking die daarop volgde en natuurlijk de Februaristaking in Amsterdam en omgeving.In 1942 dook ze onder, haar beide ouders bleven thuis en wachtten hun oproep af, ze dachten dat het wel zou meevallen; in 1943 werden ze direct na aankomst vermoord in Sobibor. Hanny Michaelis overleefde de oorlog, maar ze moest haar hele verdere leven met het verlies van haar ouders leven. Kort voor haar dood in 2007 schreef ze het volgende gedicht:

 

Met mijn moeder die las

en breide tegelijk

en mijn vader die zes uur

per dag piano speelde

heb ik jarenlang gepraat,

gelachen en ruzie gemaakt

totdat ze werden ingelijfd

bij de legendarische 6 miljoen.

Een getal, waarover na ruim

een halve eeuw nog steeds

wordt geredetwist.

Hun gezichten beginnen te vervagen.

De klank van hun stem is

al bijna ontkleurd. Straks

ben ik er ook niet meer. Dan

zal het zijn alsof wij drieën

nooit hebben bestaan.

 

Dames en heren, we moeten er inderdaad alles aan doen om er voor te zorgen dat de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog nooit vergeten mogen worden, we mogen nooit vergeten dat hele families werden weggevaagd, dat alle familiefoto’s die ze hoopvol hadden meegenomen direct na aankomst in Auschwitz, Sobibor of Madjanek direct werden weggesmeten op een grote berg, naast de berg met speelgoed. Het doet me daarom veel dat we hier staan, recht tegenover de graven van Geuzen die vandaag precies 76 jaar geleden hun leven hebben gegeven, samen met drie Februaristakers. Op weg naar de Waalsdorpervlakte  zongen ze psalm 43, de psalm die u straks zult horen.

 Zij verzetten zich als eerste verzetsgroep van Nederland tegen de bezetting. En de Geuzen bleven dat doen, óók na de executies van 13 maart 1941. Honderden moedige Vlaardingers, Maassluizers, Schiedammers en Rotterdammers.

Deze dappere mannen die hier voor ons liggen verdienen ons grootste respect, zij streden met ongelooflijke moed voor de mensenrechten. En dat grootste respect geldt ook voor onze laureaten: Alice Nkom en Michel Togué. Ook zij strijden met ongelooflijke moed voor de mensenrechten in hun land, ondanks alle bedreigingen.

 

Ik dank u voor uw aandacht.



terug
      ©2007
      Stichting Geuzenverzet